bekijk meer jaarverslagen
ga naar website Gasunie

Jaarverslag 2013

Taal:
  • Nederlands
  • Engels

De kern van de dienstverlening van GTS is het verkopen van beschikbare capaciteit in een betrouwbaar netwerk tegen concurrerende voorwaarden. De klanten sluiten contracten af waarmee ze capaciteit boeken op bepaalde entry- of exitpunten in het netwerk, gedurende een bepaalde periode (jaar, maand of dag). Op entrypunten kan het gas in het netwerk worden ingevoerd en op exitpunten kan een klant het gas uit het netwerk halen.

Klanten betalen voor alle diensten een all-in tarief voor de geboekte capaciteit. Dit capaciteitstarief geeft de klant het recht om gas gedurende de overeengekomen periode in te voeden of te onttrekken op het desbetreffende netwerkpunt. Er wordt geen tarief voor het daadwerkelijke gebruik in rekening gebracht. Klanten kunnen onderling gas verhandelen op een virtuele marktplaats, genaamd TTF. Een liquide en competitieve capaciteitsmarkt is belangrijk voor GTS, omdat de GTS-infrastructuur daardoor aantrekkelijker wordt voor haar klanten.
Het GTS-netwerk vormt onderdeel van het Europese gasnetwerk. Het concurreert met andere netwerken ten aanzien van het transport van internationale gasstromen.

Kosten

De variabele kosten die GTS maakt voor het gebruik van de geboekte capaciteit door haar klanten bestaan hoofdzakelijk uit energiekosten, namelijk gas en elektriciteit voor het inzetten van compressoren om het gas te transporteren en elektriciteit voor het produceren van stikstof om het gas op kwaliteit te brengen. Deze variabele kosten, ook wel niet-beïnvloedbare kosten genoemd, zijn onderdeel van het all-in capaciteitstarief.

Naverrekening

In een jaar met een bovengemiddeld koude winter kan het voorkomen dat de omzet niet significant toeneemt, omdat klanten al voor de wintercapaciteit hadden geboekt. De werkelijke energiekosten voor het transporteren van grotere volumes in een koude winter nemen echter wel toe, waardoor het bedrijfsresultaat afneemt. Omgekeerd geldt dat bij een bovengemiddeld milde winterperiode deze kosten dalen.

Voor deze energiekosten geldt een systeem van naverrekening, met een beperkt eigen risico voor GTS, zodat deze voor GTS niet-beïnvloedbare schommelingen in het bedrijfsresultaat in een later jaar kunnen worden gecorrigeerd. Voor deze zowel positieve als negatieve naverrekeningen (afhankelijk van een extreem zachte of juist koude winter) op het gebied van energiekosten worden in de jaarrekening van GTS conform de nu geldende IFRS regels geen vordering of schuld opgenomen.

Hoogte van de tarieven

De tarieven die GTS aan haar klanten berekent zijn gereguleerd. Ze worden vastgesteld aan de hand van rekenregels van ACM. Vanaf 2014 geldt hierbij een systeem van omzetregulering: de tarieven worden bepaald door de toegestane omzet te delen door de geschatte capaciteitsboekingen. Indien de werkelijke omzet hiervan afwijkt, wordt het verschil verrekend in latere jaren. De toegestane omzet is gebaseerd op zogenoemde cost-plus regulering: GTS mag de doelmatige kapitaal- en operationele kosten terugverdienen, inclusief een marktconform rendement. De toegestane kapitaalskosten worden afgeleid van de zogenoemde GAW, ook wel RAB genoemd. De toegestane operationele kosten bestaan voornamelijk uit de kosten voor plannen, meten & factureren, beheer en onderhoud en de hiervoor genoemde niet-beïnvloedbare energiekosten.

Investeringen en rendement

Het ontwerp en het gebruik van het netwerk bepalen de totale beschikbare capaciteit. GTS is wettelijk verplicht op doelmatige wijze te investeren in voldoende transportcapaciteit om zo te kunnen voorzien in de totale marktbehoefte. Daarbij is het wettelijke uitgangspunt dat de gasvoorziening voor kleinverbruikers in Nederland wordt gegarandeerd op een dag met een gemiddelde effectieve etmaal temperatuur in De Bilt van – 17 °C (graden Celsius).

Nieuwe investeringen worden, als zij naar het oordeel van ACM doelmatig zijn, toegevoegd aan de GAW, en dragen vanaf het jaar na ingebruikname bij aan de omzet.

In 2013 heeft ACM de methode van regulering van GTS voor een periode van drie jaar (2014-2016) vastgelegd. De meest bepalende parameters voor deze methode van regulering zijn:

  • CPI: de tarieven mogen jaarlijks worden geïndexeerd op basis van de inflatie, waartoe de Consumenten Prijs Index wordt toegepast.
  • De WACC: het toegestane rendement over de gereguleerde activawaarde. Voor de periode 2014-2016 heeft ACM de WACC bepaald op 3,6% reëel voor belastingen. Hieraan liggen ten grondslag: een verhouding eigen/vreemd vermogen van 50/50, een kostenvoet vreemd vermogen van nominaal 3,85%, en een rendement op eigen vermogen van nominaal 5,6%.
  • De in de reguleringsperiode te realiseren productiviteitsverbetering op de totale (operationele en kapitaal-) kosten exclusief de niet beïnvloedbare kosten. Deze productiviteitsverbetering (‘frontier shift’) is voor de periode 2014-2016 bepaald op 1,3% per jaar. ACM heeft voor deze reguleringsperiode geen individuele efficiency benchmark op GTS uitgevoerd; zij is van plan dit wel voor de volgende reguleringsperiode te doen.

GTS kan in de praktijk een hoger of lager rendement realiseren ten opzichte van het door ACM bepaalde rendement op doelmatige kosten. Dit is afhankelijk van de hoogte van de daadwerkelijke kosten.