bekijk meer jaarverslagen
ga naar website Gasunie

Jaarverslag 2013

Taal:
  • Nederlands
  • Engels

Onze gastransport- en infrastructuuractiviteiten staan centraal in onze strategie. Bij de uitvoering hiervan streven wij naar operational excellence.

Record gastransport

2013 begon met een lange koude winter. Die leidde in Nederland, Duitsland en omringende landen tot een grote vraag naar aardgas. Een steeds groter aandeel van het getransporteerde volume heeft betrekking op de doorvoer van gas van en naar het buitenland. In toenemende mate fungeert ons netwerk als internationaal knooppunt in de doorvoer van gas.

In 2013 hebben we 1.365 miljard kWh (140 miljard m3) gas getransporteerd. Door ons Nederlandse net stroomde 1.131 miljard kWh (116 miljard m3) en door ons Duitse net 234 miljard kWh (24 miljard m3). Voor GTS is dit 104 miljard kWh (11 miljard m3) meer dan in 2012: een nieuw jaarrecord. Het vorige recordjaar was 2010, waarin we 1.080 miljard kWh (111 miljard m3) hebben getransporteerd. Het door ons Duitse net getransporteerde volume is nagenoeg gelijk aan vorig jaar.

We hebben met het transport van gas en daaraan gerelateerde diensten een omzet van € 1.311 miljoen gerealiseerd: € 1.083 miljoen in Nederland en € 228 miljoen in Duitsland.

Transportkosten
Mede door de lange winter vielen onze transportkosten in 2013 in Nederland en Duitsland hoger uit dan verwacht. Een andere oorzaak voor de hogere transportkosten in Duitsland was de tiendaagse onderbreking van de Deense gasproductie vanaf de Noordzee in mei. De voorraden in de Deense gasopslagen bereikten daardoor het laagste niveau ooit. Ze moesten opnieuw worden gevuld. Dat leidde tot constante grote gasstromen naar Denemarken gedurende de zomer. De productieonderbreking werd ook opgevangen door extra importen uit andere West-Europese landen die via ons netwerk naar Denemarken zijn getransporteerd. Met de aansluiting van NEL op ons net in Heidenau hebben we vanaf november 2013 de transportsituatie in noordelijke richting aanzienlijk verbeterd. We kunnen met minder compressie volstaan en maken daardoor minder kosten.

Transportopbrengsten
Bij de capaciteitscontracten zien we een belangrijke verschuiving: klanten geven vaker de voorkeur aan kortetermijncontracten. Dit brengt een toenemende fluctuatie en onvoorspelbaarheid in transportopbrengsten met zich mee. In 2013 is er bij Gasunie Deutschland minder capaciteit geboekt dan verwacht, ondanks dat er al rekening was gehouden met afnemende entryboekingen en geannuleerde contracten. Door de methode van omzetregulering is een stijging van de tarieven voor 2014 daardoor onvermijdelijk.

Ondanks de fluctuatie zal de toegestane omzet in de periode 2012 tot 2016 toenemen doordat we nieuw aangelegde infrastructuur in gebruik hebben genomen. De volledige ingebruikname van NEL leidt tot 2016 tot een aanzienlijke toename van de opbrengsten die worden gegarandeerd door langetermijnboekingen. De opbrengsten nemen daarnaast toe door andere nieuwe investeringen, die zijn toegestaan en goedgekeurd door de toezichthouder.

Toegenomen efficiency

In 2012 hebben we een efficiencyprogramma opgesteld waarmee we in de periode van 2012 tot en met 2014 € 60 miljoen structurele besparing op jaarbasis willen realiseren. Dit Masterplan Efficiency verloopt goed; eind 2013 liggen we goed op schema en hebben we circa € 40 miljoen besparing gerealiseerd.

Veiligheidsprestatie: voortdurende aandacht

We meten onze veiligheidsprestatie volgens twee indicatoren: de frequentie-index en het aantal leidingincidenten. We behaalden in 2013 beide operationele doelstellingen helaas niet.
We streven naar nul leidingincidenten. We hanteren een signaalwaarde van maximaal vijf. Daarnaast hebben we hebben een signaalwaarde vastgesteld voor de frequentie-index voor het aantal reportables. Deze mocht niet meer bedragen dan vier. Ook mocht geen ongeval plaatsvinden met een dodelijke afloop.

Bij een van onze aannemers vond in november 2013 een zeer tragisch ongeval plaats, waarbij een kraanmachinist om het leven kwam.
Er hebben zes leidingincidenten plaatsgevonden, waarmee we  de signaalwaarde van maximaal vijf hebben overschreden. Uiteraard onderzoeken we de oorzaak van alle incidenten en treffen we maatregelen om het aantal incidenten te verminderen.

We doen uitgebreid verslag over onze prestaties op het gebied van veiligheid in Resultaten op het gebied van veiligheid, milieu en ketenverantwoordelijkheid.

Hoge leveringszekerheid

Naast veiligheid heeft leveringszekerheid hoge prioriteit binnen ons bedrijf. Het aantal onderbrekingen en kwaliteitsverstoringen in de gaslevering bleef ruim binnen de gestelde normen. In 2013 deden zich in Nederland drie transportonderbrekingen voor, dat lag ruim onder het maximum van negen. Van elke transportonderbreking wordt een onderzoeksrapport opgesteld. Aan de hand van de conclusies stellen we verbeterpunten op om het risico op onderbrekingen verder te minimaliseren.
In Duitsland hebben zich in 2013 geen transportonderbrekingen voorgedaan.

We blijven verbeteringen doorvoeren aan de gasinfrastructuur. Dit leidde ook in 2013 tot onderhouds- en renovatieprojecten die vragen om een goede afstemming met klanten en regionale netbeheerders. Doordat we tijdig over de geplande werkzaamheden communiceren en overleggen, kunnen we voor onze stakeholders de leveringszekerheid op het gewenste niveau handhaven.

Uitbreiding transportcapaciteit

Het afgelopen jaar hebben we het laatste traject van ons Noord-Zuid-project, Odiliapeel-Melick, in gebruik genomen en hebben we een begin gemaakt met de aanleg van een nieuwe leiding tussen Beverwijk en Wijngaarden. Beide projecten kwamen voort uit onze zogeheten Open Seasons, waarin we klanten vroegen naar hun transportbehoefte op de lange termijn. Klanten hebben additionele transportcapaciteit gecontracteerd en op basis daarvan hebben we onze transportcapaciteit uitgebreid.

In Duitsland wordt, eveneens op basis van een Open Season, het nieuwbouwproject ExEll uitgevoerd. Dit betreft een aantal uitbreidingen van het bestaande net om de teruglopende productiecapaciteit in Denemarken te kunnen compenseren en aan de toenemende vraag naar aardgas in Noord-Duitsland te voldoen. Zie Uitbreiding in noordelijke richting.

Om klanten de gelegenheid te bieden aan te geven wat hun capaciteitsbehoefte zal zijn vanaf oktober 2019, is GTS in Nederland in december 2013 een nieuw Open Season begonnen. Op basis van hun reactie kunnen wij de individuele capaciteitsbehoefte van klanten bundelen en een zo efficiënt mogelijk investeringsprogramma opstellen. Mocht dit leiden tot uitbreidingsinvesteringen dan streeft GTS naar een opleverdatum in het najaar van 2019.

Meerjarig vervangingsprogramma in Nederland

In 2012 is GTS begonnen met een grootschalig meerjarig vervangingsprogramma om ook in de toekomst te kunnen blijven voldoen aan standaarden op het gebied van veiligheid en transportzekerheid. Het vervangingsprogramma heeft een verwachte looptijd tussen 15 en 20 jaar. Het programma omvat het renoveren en deels vervangen van afsluiterschema’s, meet- en regelstations en gasontvangstations. In 2013 zijn de eerste tientallen objecten gerenoveerd. Onze ervaringen hiermee gebruiken we om de planning en uitvoering de komende jaren te verbeteren.

Gasopslag in Nederland

Op 1 oktober hebben we op basis van capaciteitscontracten met klanten de gasopslag in Zuidwending uitgebreid met een vijfde caverne en een zesde compressor. Deze uitbreiding is ruim binnen de planning en binnen budget gerealiseerd.

Na de brand in een van de transformatoren eind januari is uit voorzorg een tweede transformator vervangen en zijn drie andere transformatoren gemodificeerd. Alle transformatoren waren augustus 2013 weer operationeel.

Momenteel wordt de haalbaarheid van verdere uitbreiding bestudeerd. Daarbij kijken we ook naar alternatieve vormen van energieopslag in cavernes. Hierbij richten we ons bijvoorbeeld op de opslag van stikstof, waterstof, hoogcalorisch gas en hoge druk lucht. De mogelijkheden die we daarin zien stemmen ons positief over de langetermijn ontwikkelingen van Zuidwending.

Stabiele ontwikkelingen regulering

Nederland
ACM heeft op 2 oktober 2013 het methodebesluit en het x-factorbesluit voor GTS voor de periode 2014 tot en met 2016 vastgesteld. In het methodebesluit legt ACM de methode van regulering vast voor de vijf wettelijke taken transport, balancering, kwaliteitsconversie, bestaande aansluitingen en nieuwe aansluitingen. Het x-factorbesluit legt de jaarlijkse doelmatigheidskorting vast die GTS moet toepassen op haar inkomsten en tarieven. Het methodebesluit is in opzet en opbouw consistent met de eerdere besluiten, en dat komt de voorspelbaarheid en stabiliteit van de regulering ten goede. Ook is het methodebesluit door de invoering van een systeem van omzetregulering bestand tegen snel wijzigende Europese regelgeving op het gebied van dienstverlening door landelijke netbeheerders. Omzetregulering is een systeem dat in het overgrote deel van Europa van toepassing is. Hierbij worden de toegestane inkomsten vastgesteld en het verschil tussen deze en de gerealiseerde inkomsten nagecalculeerd.

Om ook op lange termijn de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen veiligstellen, is het essentieel dat alle vermogenskosten worden meegenomen in de berekening van de vermogenskostenvergoeding (WACC). Dit heeft ACM echter niet gedaan. ACM heeft de WACC vastgesteld op 3,6%. Hierdoor kan de voor GTS ongewenste situatie ontstaan dat zij haar doelmatige kosten niet kan terugverdienen. GTS heeft hiertegen beroep aangetekend.

Bovengenoemde besluiten van ACM kunnen grote invloed hebben op onder andere de omvang van de verwachte inkomsten in de reguleringsperiode 2014-2016, en ook voor de daaropvolgende reguleringsperiodes. Naar aanleiding van de definitieve besluiten van ACM is de waarde van ons gastransportnetwerk in Nederland cijfermatig beoordeeld. Hierbij is de boekwaarde van de activa vergeleken met de te verwachten inkomsten en werd beoordeeld in hoeverre de boekwaarde kan worden terugverdiend. De boekwaarde van de activa is op basis hiervan niet veranderd.

Nu ACM het methode- en x-factorbesluit voor de periode van 2014 tot 2016 heeft vastgesteld, zullen de voorbereidingen starten voor de reguleringsperiode vanaf 2017.

Duitsland
In Duitsland wordt al langer het systeem van omzetregulering gehanteerd. De Duitse regulator, BNetzA, heeft de nieuw toegestane omzet voor de reguleringsperiode 2013-2017 vastgesteld. De toegestane omzet van Gasunie Deutschland voor deze periode wordt gebaseerd op een efficiencybenchmark over het jaar 2010. In 2012 heeft BNetzA het kostenniveau vastgesteld en in december 2013 is Gasunie Deutschland voor de huidige reguleringsperiode aangemerkt als 100% efficiënt.

Eind 2013 is BNetzA een consultatieproces begonnen om de effecten van omzetregulering inclusief efficiencybenchmarking in beeld te brengen. BNetzA is bij wet verplicht het rapport hiervan voor het eind van 2014 beschikbaar te stellen. Verwacht wordt dat aanpassingen in de volgende reguleringsperiode (vanaf 2018) zullen worden doorgevoerd. Het is nog niet te voorzien wat dit concreet voor Gasunie Deutschland zal betekenen.

Op basis van de besluiten van de BNetzA met betrekking tot de toegestane omzet en de efficiencybenchmark is de waarde van het gastransportnetwerk in Duitsland cijfermatig beoordeeld. Net als in Nederland heeft deze beoordeling niet geleid tot een waardeverandering van de activa.

Voorbereidingen nieuw balanceringsregime

In 2013 heeft GTS voorbereidingen getroffen om in 2014 het balanceringsregime te kunnen aanpassen. Een balanceringsregime is de methode waarmee het net op de juiste druk gehouden kan worden, zodat er per saldo niet meer of minder gas aan het net wordt onttrokken dan wordt ingevoed. Het Nederlandse regime wordt aangepast omdat de Europese Unie het gastransport tussen de verschillende landen beter op elkaar aan wil laten sluiten en daarmee grensoverschrijdende handel wil bevorderen. Na aanpassing sluit het regime aan bij wat er in andere landen gebruikelijk is. Eén van de kenmerken hiervan is een onbalansverrekening op het eind van elke gasdag. Daarnaast zullen tekorten of overschotten in het netwerk van GTS in de toekomst via de gasbeurs (ICE Endex) worden verhandeld.

Certificeringen

Certificering GTS, Gasunie Deutschland, BBL Company en GOAL
GTS, Gasunie Deutschland, BBL Company en GOAL (de netbeheerder van NEL) zijn in 2013 door hun regulators gecertificeerd als onafhankelijk netbeheerder. Deze certificering is een nieuwe vereiste uit het Europese Derde Pakket voor energiewetgeving. De Europese Commissie heeft over de vier netbeheerders een advies uitgebracht waarna zowel ACM als BNetzA en Ofgem een positief besluit hebben genomen.

Certificering NTA 8120
Regionale en landelijke netbeheerders en toezichthouders willen gedurende alle fasen in de levenscyclus van elektriciteits- en gasnetten afwijkingen, storingen en incidenten voorkomen en de gevolgen daarvan beheersen. Daarom hebben zij besloten het veiligheids-, kwaliteits- en capaciteitsmanagement verder uit te werken via een NTA voor assetmanagement. Deze zogenoemde NTA 8120 beschrijft aan welke eisen het assetmanagementsysteem moet voldoen. In 2013 heeft GTS een begin gemaakt met de voorbereidingen om invulling te kunnen geven aan de inrichting van het assetmanagement conform de NTA 8120 en die verder te professionaliseren. Het is de bedoeling dat een onafhankelijke instantie GTS in 2014 certificeert.

Overdracht assets van Gasunie aan GTS

Per 1 januari 2014 heeft Gasunie het eigendom van het gastransportnetwerk in Nederland en de daarmee samenhangende activa, passiva en activiteiten overgedragen aan GTS. De overdracht maakt onderdeel uit van de certificering van GTS als onafhankelijke netbeheerder.

GTS blijft als landelijk netbeheerder diensten afnemen van Gasunie. Daarom hebben GTS en Gasunie afspraken over samenwerking vastgelegd in een aantal overeenkomsten. Hierin is onder andere het beleidskader vastgelegd dat richting geeft aan de door Gasunie te verrichten werkzaamheden, zodat de leveringszekerheid, transportzekerheid en de veiligheid van het gastransport blijven gewaarborgd.

Veranderende gassamenstelling

Door de internationalisering van gasstromen in Europa neemt de variatie in gassamenstellingen in ons net toe. Daarnaast zal de productie van aardgas in Noordwest-Europa teruglopen. Dit geldt ook voor de productie van Nederlandse gasvelden. Dat heeft allemaal gevolgen voor de gebruiker. In Nederland hebben we twee gescheiden gastransportnetten, voor laagcalorisch en hoogcalorisch gas. De huishoudelijke apparaten en een groot deel van de industriële apparatuur in Nederland is afgesteld op de vrij constante samenstelling van het laagcalorische G-gas. De toenemende variatie in de gassamenstelling is van invloed op deze afstelling.

Het ministerie van Economische Zaken heeft een aantal marktpartijen gevraagd maatregelen te nemen om de eindverbruikers van gas voldoende tijd te geven hun apparatuur zo nodig aan te passen. Voor de G-gasmarkt geldt een overgangsperiode tot in elk geval 2021. In deze periode zorgt GTS ervoor dat de markt in Nederland gas ontvangt met een samenstelling die vergelijkbaar is met die van G-gas.

Ook voor afnemers van het hoogcalorisch H-gas geldt een overgangsregeling, zo is bepaald door het ministerie van Economische Zaken. Die regeling loopt tot 1 oktober 2014; dan hebben zij vijf jaar de tijd gehad om hun apparatuur aan te passen. In Nederland gebruiken zo’n 80 bedrijven H-gas, de overige bedrijven en alle huishoudens maken gebruik van G-gas.

Door de constante samenstelling van het gas in Nederland was het tot nu toe niet nodig om een partij wettelijk verantwoordelijk te maken voor de gaskwaliteit. Door de toenemende variatie in samenstelling heeft de minister van Economische Zaken aangekondigd deze nieuwe wettelijke taak toe te wijzen aan GTS. Als gevolg van deze wetswijziging krijgt GTS de taak om, indien nodig, niet alleen de Wobbe-index maar ook andere eigenschappen van gas aan te passen. De eisen die aan het gas worden gesteld, zullen in een Ministeriële Regeling (MR Gaskwaliteit) worden vastgelegd. Naar verwachting zal deze MR per 1 juli 2014 van kracht zijn.

Ook in Duitsland zijn de gevolgen van de afnemende gasproductie merkbaar. De Duitse productie neemt in hoog tempo af en de vraag vanuit aangrenzende netbeheerders naar vaste capaciteit bij Gasunie Deutschland neemt toe. Deze toenemende vraag kan door de teruglopende productie van laagcalorisch L-gas en G-gas niet meer door L- en G-gascapaciteit worden gedekt. In het Duitse NEP 2013 zijn de benodigde technische maatregelen al benoemd. In de Duitse energiewet EnWG en de samenwerkingsovereenkomst (KooperationsVereinbarung) van de Duitse gasindustrie is vastgelegd dat er marktconversie moet plaatsvinden van L-gas naar H-gas. Het doel is om de markt in 2030 volledig geconverteerd te hebben. Vanaf dat jaar zal er geen G-gas vanuit Nederland meer geïmporteerd worden. In 2016/2017 zullen de eerste afzetgebieden van Gasunie Deutschland omgebouwd worden.

Gevolgen aardbevingen Nederland

In 2013 heeft de minister van Economische Zaken nieuwe inzichten gepubliceerd waarin de relatie wordt gelegd tussen de gaswinning uit het Groninger gasveld en de aardbevingen in de provincie Groningen. GTS heeft in dat kader in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek uitgevoerd gericht op de relatie tussen het te winnen volume aardgas en leveringszekerheid.

De minister heeft in januari 2014 zijn conclusies en te nemen maatregelen gepubliceerd. Eén van die maatregelen is het begrenzen van het productievolume van het Groningenveld van 2014 tot en met 2016. In 2014 en 2015 mag er jaarlijks tot 42,5 miljard m3 geproduceerd worden en in 2016 40 miljard m3. Daarnaast wordt de productie uit de vijf clusters rondom Loppersum beperkt tot 3 miljard m3 per jaar. Met deze maatregelen blijft er in perioden van hoge vraag voldoende gas beschikbaar om aan deze vraag te voldoen.

Daarnaast hebben we in 2013 onderzocht of de mogelijk toenemende kracht van de aardbevingen verhoogd risico op schade aan het gastransportnet met zich kan brengen. Op dit moment lijkt het wenselijk om een aantal constructies te versterken en enkele leidingdelen te vervangen. In 2014 zullen de consequenties hiervan nader bekeken worden.