bekijk meer jaarverslagen
ga naar website Gasunie

Jaarverslag 2013

Taal:
  • Nederlands
  • Engels

Veiligheid: altijd prioriteit

Veiligheid voor onze medewerkers en onze omgeving is een belangrijke randvoorwaarde voor het kunnen uitvoeren van onze werkzaamheden. Het scheppen van een gezonde en veilige werkomgeving en het minimaliseren van (milieu)risico’s voor de omgeving heeft daarom prioriteit. Omdat veiligheid een belangrijke indicator is voor de kwaliteit van ons werk, willen we voor wat betreft onze veiligheidsprestaties bij de beste internationale gasinfrastructuurbedrijven horen. Volgens Europese benchmarks met vergelijkbare gastransportondernemingen, uitgevoerd door het Europese Marcogaz, scoren we hoog binnen onze referentiegroep. We streven ernaar deze positie te behouden.

Onderzoek veiligheidscultuur en -gedrag

We besteden veel aandacht aan het veiligheidsgedrag van onze medewerkers. Om te onderzoeken of en hoe we dit nog verder kunnen verbeteren, zijn we het afgelopen jaar een onderzoek begonnen naar de interne veiligheidscultuur en het veiligheidsgedrag van onze medewerkers. Het onderzoek moet fungeren als een thermometer: het moet inzicht geven in waar we nu staan, wat goed gaat, wat er nog beter kan en welke trends we zien. Het doel is toe te werken naar een cultuur waarin als vanzelf wordt gedacht aan en wordt gekozen voor veilige oplossingen, die niet ondergeschikt zijn aan kosten en tijdsdruk. We zijn van plan het onderzoek periodiek te herhalen zodat we inzicht krijgen in trends en de effectiviteit van projecten en acties.

Onze resultaten op het gebied van arbeidsveiligheid

Ondanks alle inspanningen op het gebied van veiligheid heeft er zich in november 2013 bij een aannemer een ongeval met een hijskraan voorgedaan met dodelijke afloop. Een ongeval dat we bijzonder betreuren. We volgen het onderzoek van de aannemer en de Arbeidsinspectie naar de toedracht van het tragische ongeval nauwkeurig en buigen ons gezamenlijk over maatregelen om een dergelijk ongeval in de toekomst te kunnen voorkomen.

Aantal letselgevallen met verzuim per miljoen gewerkte uren 2013 2012
Gasunie medewerkers in Nederland 0,9 0,4
Gasunie aannemers in Nederland 1,0 1,7
Gasunie totaal 0,9 1,2
     
Aantal letselgevallen met verzuim    
Gasunie medewerkers in Nederland 2 0
Gasunie medewerkers in Duitsland 0 1
Gasunie aannemers in Nederland en Duitsland 3 7
     
Aantal reportables per miljoen gewerkte uren    
Gasunie totaal (Nederland + Duitsland) 3,6 2,5


We registreren het aantal PE's die goed zijn afgelopen, maar waarvan de gevolgen ernstig hadden kunnen zijn. In 2013 hebben we 20 van deze PE’s geregistreerd, in 2012 waren dit er 17. We analyseren de PE’s nauwkeurig om herhaling te kunnen voorkomen.

Procesveiligheid: nieuwe KPI’s

Naast arbeidsveiligheid bestaat ook de zogenaamde procesveiligheid, die betrekking heeft op grote ongevallen, waarbij gevaarlijke stoffen en/of veel energie vrijkomen. Inspecties die we doen als gevolg van het BRZO lieten zien dat we hierin nog stappen konden maken. We hebben daarom in 2013 in kaart gebracht hoe we onze inspanningen op dit gebied konden verbeteren. Daarbij hebben we onze medewerkers betrokken tijdens brainstormsessies. Ook hebben we benchmarks gebruikt als input. Op basis van de uitkomsten hiervan hebben we een twintigtal KPI’s opgesteld, die de belangrijkste aspecten afdekken. Wij zullen deze vanaf 2014 toepassen. Hiermee kunnen we onze prestaties op dit gebied meten, monitoren en bijsturen.

Technische veiligheid: veilig beheer en onderhoud van onze leidingen en installaties

Onze (transport)installaties voldoen aan de eisen die wet- en regelgeving stellen aan externe veiligheid. Om onze ondergrondse leidingen in goede conditie te houden, nemen we zowel preventieve als correctieve maatregelen. Inspecties zijn daarbij heel belangrijk. We voeren doorlopend inspecties uit om de integriteit van ons transportsysteem te bewaken.

We inspecteren ondergrondse leidingen zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant. Voor inwendige inspectie van de leiding maken we gebruik van intelligent pigs, een soort robots die door de gasstroom worden meegenomen in de leiding. In 2013 hebben we in Nederland 267 kilometer HTL-leidingen inwendig geïnspecteerd (2012: 295) en 196 kilometer RTL-leidingen (2012: 280). In Duitsland was dit 278 kilometer. Daarnaast hebben we nog eens 76 kilometer leiding die we niet met behulp van de robots konden inspecteren, gecontroleerd met een bovengrondse inspectiemethode, ECDA. We hebben ECDA zelf ontwikkeld voor de inspectie van leidinggedeeltes die niet (goed) pigbaar zijn. In 2012 hebben we ruim 80 kilometer met ECDA geïnspecteerd.

Naast het geven van voorlichting, het plaatsen van markeringspalen boven de leidingen en het houden van zichtinspecties, inspecteren we ons leidingtracé ook vanuit de lucht door middel van inspectievluchten per helikopter. Tijdens deze vlieginspecties hebben we verschillende afwijkende situaties geregistreerd. Daar waar nodig hebben we direct actie ondernomen om een veilige situatie te handhaven.

Corrosieonderzoek geeft nieuwe inzichten

Op basis van nieuwe inzichten en berekeningen die we in het verslagjaar hebben gedaan ten aanzien van corrosie, hebben we ons beleid op het gebied van leidinginspectie aangepast. In de praktijk blijkt corrosie namelijk niet zo snel plaats te vinden als vroeger werd gedacht. Daarom kunnen we inspectiemiddelen efficiënter inzetten, zonder dat de technische veiligheid van onze leidingen vermindert.

Externe veiligheid: knelpunten opgelost

In 2011 is het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen ingegaan, dat tot doel heeft om bij te dragen aan een veilige ligging van leidingen. Onderdeel van dit besluit is dat knelpunten, waar kwetsbare objecten binnen de zogenaamde 10-6 contour liggen, binnen drie jaar worden opgelost door het nemen van maatregelen. Om aan deze wetgeving te voldoen hebben we in 2010 en 2011 (potentiële) knelpunten in kaart gebracht. Vervolgens hebben we aan alle betrokken gemeentes gevraagd of de door ons in kaart gebrachte situatie overeenkomt met de werkelijkheid voor wat betreft de aanwezigheid van bijvoorbeeld personen en gebouwen. Onze tracébeheerders hebben vervolgens per situatie maatregelen ontworpen en toegepast.
In 2013 hebben we hiermee goede vorderingen geboekt. De meeste knelpunten zijn nu opgelost. Er zijn nog enkele locaties waar we nog geen maatregelen konden treffen; deze worden op een later tijdstip uitgevoerd. Ook zijn er nog enkele locaties waarbij we nogmaals goed kijken of de voorgestelde maatregel voldoende oplossing biedt.

Vanaf 2014 zullen we nog meer maatregelen nemen bij situaties waar sprake is van een zogenaamd groepsrisico. In dat geval valt het individuele risico binnen een veilige norm, maar heeft een grotere groep mensen daarmee te maken. Deze maatregelen zijn niet direct wettelijk verplicht, maar we hebben in overleg met het ministerie van Infrastructuur en Milieu besloten dit toch te doen, omdat met een redelijke inspanning het risico voor een grotere groep mensen te reduceren is.

Leidingincidenten
Om veilig en betrouwbaar gastransport te kunnen waarborgen, moet onze infrastructuur ongestoord kunnen liggen. We spannen ons daarom in om ervoor te zorgen dat er geen aardgas vrijkomt door beschadigingen aan onze leidingen. Graafwerkzaamheden vormen de belangrijkste oorzaak van beschadigingen aan ons ondergrondse leidingnetwerk.

In 2013 hebben we als gevolg van mechanische grondwerkzaamheden zes leidingbeschadigingen geregistreerd, waarvan geen enkele met gasuitstroom (in 2012 waren dat er vijf, waarvan één met gasuitstroom). Daarnaast heeft er zich door een constructiemanco een leidingbeschadiging met zeer beperkte gasuitstroom voorgedaan.
Bij Gasunie in Duitsland hebben er zich in 2013 geen leidingbeschadigingen als gevolg van graafwerkzaamheden voorgedaan (2012: één).

Onze resultaten vergeleken met anderen: Europese benchmark leidingincidenten (EGIG)
Omdat Europese gastransportbedrijven hun leidingincidenten op dezelfde manier registeren, kunnen we onze prestaties op dit onderdeel van de gastransportketen goed vergelijken met die van andere bedrijven. Ten aanzien van leidingincidenten met gasuitstroom scoren wij beter dan het Europese gemiddelde (bron: database van de EGIG).

Veiligheid: waar kan het beter?

We spannen ons tot het uiterste in om ervoor te zorgen dat onze veiligheidsprestaties uitstekend zijn. Soms constateren we dat er toch dingen beter kunnen.

Onderzoek leidingincidenten

In 2013 hebben er verscheidene incidenten plaatsgevonden waarbij onze leidingen werden geraakt tijdens werkzaamheden. Opvallend veel van deze incidenten gebeurden bij werkzaamheden die in opdracht van ons werden uitgevoerd, en waarbij we ook toezicht hielden. En dat terwijl we juist veel hebben geïnvesteerd in toezicht en procedures om de kans op beschadigingen aan de leidingen zo klein mogelijk te maken.

We nemen dit zeer serieus. Daarom hebben we de relevante incidenten uitvoerig geanalyseerd; we hebben onder meer interviews gehouden met de betrokkenen. We willen van de fouten leren en vervolgens maatregelen nemen om herhaling te voorkomen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er voldoende procedures en middelen zijn om graafactiviteiten veilig uit te kunnen voeren, maar dat deze om verschillende redenen niet altijd onverkort worden gevolgd of ingezet. We hebben de groep eigen toezichthouders daarom versterkt met twee leidinggevenden. Er is afgesproken dat we extra aandacht besteden aan een uniforme manier van werken, conform de afgesproken procedures. We zullen dit monitoren.

Vergroten zekerheid rondom integriteit van ingekochte materialen

Naar aanleiding van incidenten met materialen zoals T-stukken, buizen en reduceerstukken, hebben we in de afgelopen jaren meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de levering van materialen die niet voldoen aan de specificaties van onze bestellingen. Uit intern onderzoek bij Gasunie en uit openbare externe onderzoeken in de sector komt naar voren dat de verklaringen van leveranciers - zelfs in het geval dat een onafhankelijke inspectiedienst toezicht houdt - niet altijd betrouwbaar zijn. Dat wil zeggen dat de verklaring voor wat betreft samenstelling en eisen niet altijd past bij het geleverde materiaal. Dit betekent overigens niet dat het materiaal zodanig afwijkt dat het een bedreiging vormt voor de procesveiligheid. Maar de kans daarop neemt wel duidelijk toe als de verklaarde eigenschappen niet correct zijn. Bovendien levert het problemen op in projecten, als vlak voor het inbouwen van materialen blijkt dat deze nader onderzocht moeten worden en er geen aantoonbaar correcte alternatieven beschikbaar zijn.

Naar aanleiding hiervan hebben we ons inkoopbeleid voor materialen tegen het licht gehouden. Om de betrouwbaarheid van geleverde materialen te vergroten en daarmee de procesveiligheidsrisico’s en ook de projectrisico’s te reduceren, gaan we de inkoopstrategie en het toezicht op het geleverde materiaal aanpassen. Onderdeel van het nieuwe beleid zal worden dat we materialen zullen inkopen met toezicht van een onafhankelijke inspectiedienst. We zullen de kwalificaties van onze leveranciers checken, waarbij we kijken naar hun technische deskundigheid, de organisatie en hun kwaliteitsmanagement. Deze kwalificaties zullen periodiek vernieuwd moeten worden. Tussentijds zullen we met steekproeven de betrouwbaarheid van de leverancier toetsen. Omdat dit proces veel tijd in beslag neemt, gaan we op zoek naar leveranciers waarmee we een langjarige relatie kunnen aangaan.
Het proces rondom de kwalificaties wordt begin 2014 uitgevoerd. We zullen daarbij de focus leggen op leveranciers die belangrijk zijn voor ons meerjarig vervangingsprogramma.