bekijk meer jaarverslagen
ga naar website Gasunie

Jaarverslag 2013

Taal:
  • Nederlands
  • Engels

Voor Gasunie zijn MVO en maatschappelijke betrokkenheid van groot belang. We hebben een publieke functie en we leveren met onze activiteiten een belangrijke bijdrage aan de economie. Een veilige en ongestoorde gasvoorziening is onze primaire taak, die we met aandacht voor onze omgeving uitvoeren.

Kernthema’s

We hebben in 2013 onderzocht of ons bestaande MVO-beleid nog aansluit bij de actuele situatie waarin we ons bevinden. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hebben we kernthema’s gedefinieerd waaraan we in de toekomst extra aandacht zullen besteden. We hebben onze speerpunten op MVO-gebied weergegeven in het zogenoemde ‘MVO-huis’, waarvan de fundering wordt gevormd door goede prestaties op het gebied van veiligheid, leveringszekerheid en zorg voor onze medewerkers. De prestaties op deze gebieden bepalen onze licence to operate: deze moeten in orde zijn om te kunnen bouwen aan de rest van het huis. Daarbovenop bevinden zich de thema’s waarmee we ons de komende tijd extra willen onderscheiden: energietransitie, omgevingsmanagement en footprintreductie/duurzame inkoop. We hebben deze thema’s gekozen, omdat we denken dat ze de komende jaren van groot belang zijn om onze strategie goed te kunnen uitvoeren. We vertellen daar meer over in Resultaten op het gebied van veiligheid, milieu en ketenverantwoordelijkheid.

Energietransitie

Er zijn veel manieren waarop gas kan bijdragen aan een duurzame energievoorziening. De eerste stappen bij de ontwikkeling daar naartoe zijn vaak het lastigst. We proberen ze, het liefst in samenwerking met andere partijen, wel te zetten. We focussen ons bij het onderwerp energietransitie op de volgende gebieden:

  • Power to gas
  • Groen gas
  • Break bulk LNG
  • Decentrale energie

We hebben samen met de Europese gasinfrastructuurondernemingen Fluxys (België) en Energinet.dk (Denemarken) het initiatief opgepakt om de gasvoorziening CO2-neutraal te maken tegen 2050. Op 24 april 2013, tijdens de Gas Week in het Europees Parlement te Brussel, hebben de gasinfrastructuurondernemingen GRTgaz (Frankrijk) en Swedegas (Zweden) zich bij dit initiatief gevoegd.
Er moeten nog veel stappen worden gezet om het gezamenlijke doel te bereiken, onder andere op het gebied van technische ontwikkeling/innovatie. Power to gas (het opslaan van duurzaam opgewekte elektriciteit in de vorm van waterstof/gemethaniseerd gas) is een optie die kan bijdragen aan een duurzame energievoorziening, evenals het op grote schaal produceren van groen gas. Break bulk LNG biedt de scheepvaart en groot wegtransport de mogelijkheid om minder CO2 en andere schadelijke stoffen uit te stoten.
In eerste instantie richten onze concrete inspanningen zich op het CO2-neutraal maken van het gastransport. Bredere maatregelen die bijdragen aan een CO2-neutrale gasvoorziening moeten de komende jaren samen met ketenpartners nader worden uitgewerkt.

Omgevingsmanagement

De omgeving waarin we opereren wordt steeds complexer. Die bestaat uit steeds meer belanghebbenden uit verschillende delen van de samenleving zoals (lokale) politiek, omwonenden, (natuur)verenigingen etc. met allen hun eigen belangen. Niet zelden komen er uit (on)verwachte hoek bezwaren tegen onze projectplannen. Onze omgeving wordt mondiger en organiseert zich steeds beter, is hoger opgeleid en in staat beschikbare informatie goed te processen o.a. via sociale media. Dat leidt soms tot vertragingen in de planning, hogere kosten en meer inspanning dan vooraf gepland om een project soepel te laten verlopen.

Dat is reden voor ons bedrijf om te kijken naar een strategische aanpak ten aanzien van onze omgeving, om er bijvoorbeeld voor te kunnen zorgen dat we zonder vertragingen onze projecten binnen de planning kunnen realiseren. Met behulp van een innovatieve en proactieve methode ten aanzien van omgevingsmanagement kunnen we de contacten met onze omgeving zodanig organiseren dat we conflicten voorkomen of in een vroegtijdig stadium gezamenlijk oplossen. Hiermee willen we ook voorkomen dat kosten en planning uit de pas lopen, of zelfs kostenreductie realiseren.

Footprintreductie

Footprintreductie raakt de kern van onze bedrijfsvoering. Het houdt in dat we de invloed van onze bedrijfsactiviteiten op de omgeving (footprint) zoveel mogelijk willen beperken. Daarvoor hebben we een uitgebreid footprintreductieprogramma, dat zich vooral richt op het tegengaan van de uitstoot van broeikasgassen door het beperken en voorkomen van methaanemissies, het nuttig aanwenden van energie en efficiënte verbranding. Dit realiseren wij bijvoorbeeld door de ontwikkeling van meet- en regelstations waarbij geen methaan meer vrijkomt, door onderzoek te doen naar alternatieven voor het afblazen van gas, door hergebruik van afblaasgas en restwarmte van compressoren en door energiebesparing.
Afgeleid van de CO2-neutraal 2050 doestelling hebben we een aantal footprintdoelstellingen:

  • Eén van de doelstellingen voor 2014 is het inrichten van een transparante en auditeerbare rapportage voor alle emissiebronnen die zijn geïdentificeerd. Verder hebben we een “gestapelde” doelstelling voor 2014 opgesteld voor het verminderen van de CO2 equivalent emissies. Daarover vertellen we elders in dit verslag meer, in Resultaten op het gebied van veiligheid, milieu en ketenverantwoordelijkheid.
  • In 2020 willen we ten opzichte van 1990 20% directe CO2 emissie (ofwel 124 kiloton CO2-equivalent) hebben verminderd (‘20/20 ambitie’). Dit betreft uitsluitend scope 1 van het GHG protocol.

In 2030 zullen we onze CO2-emissies met 40% hebben teruggebracht t.o.v. de emissies die in 1990 zijn opgetreden, gerekend over de volle scope (1, 2 en 3) van het GHG protocol (zie meer informatie hierover in Milieu). Daarnaast onderzoeken we hoe we met onze activiteiten op het gebied van duurzame inkoop kunnen bijdragen aan onze footprintreductiedoelstellingen. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de toepassing van de CO2-prestatieladder.

Verankering en verantwoordelijkheid MVO-beleid
De Raad van Bestuur stelt het beleid en de doelstellingen vast en draagt de verantwoordelijk voor beleid en prestaties op MVO-gebied. Het beleid wordt afgestemd met de Raad van Commissarissen. Afdelingen zijn zelf verantwoordelijk voor input ten aanzien van het MVO-beleid op hun vakgebied, de uitvoering daarvan en de bijsturing.
Bij het vaststellen van doelstellingen op het gebied van MVO wordt tevens in overleg met de betrokken afdelingen gekeken of de noodzakelijke randvoorwaarden binnen ons bedrijf voldoende aanwezig en geborgd zijn.